Commissie spreekrecht infill

Beste leden, ouders en supporters,

Op donderdag 15 mei jl. heb ik ingesproken in de raadscommissievergadering. De uitgesproken tekst heb ik vooraf afgestemd met Lex Coenen, voorzitter van onze Stichting Exploitatie en Beheer. Dit n.a.v. een voorstel om de extra kosten voor infill bij renovatie van velden van Alverna en AWC i.t.t. bij ons wél te vergoeden. De inhoud spreekt m.i. voor zich. De verantwoordelijk wethouder, de heer Loermans, gaat met ons in gesprek en wij zullen u over de voortgang daarvan uiteraard blijven informeren.
Het betreffende voorstel gaat het gewoon halen en dat is voor ons geen probleem. Want het gaat ons er uitdrukkelijk niet om onze zusterverenigingen dwars te zitten. We willen wel een gelijke behandeling!

Ton Peters-Sengers, wnd. Voorzitter SC Woezik

 

Geachte commissie- en raadsleden,
Mijn naam is Ton Peters-Sengers en ik spreek hier in de hoedanigheid van wnd. voorzitter van de vereniging SC Woezik en mede namens onze Stichting Exploitatie en Beheer.
De gebruikelijke rust in onze vereniging is nl. behoorlijk verstoord door het voorstel dat u zo gaat bespreken en waarover wij pas jl. maandag telefonisch op de hoogte zijn gesteld. Wij ervaren daarin een grote onrechtvaardigheid en ongelijke behandeling.
Allereerst wil ik benadrukken dat de keuze voor een ander type infill dan gemalen autobanden (SBR), zoals wij altijd hebben gezegd, de enig juiste is. Wij steunen dan ook onze zusterverenigingen als zij dit type infill wensen.
Waar wij echter absoluut niet mee kunnen leven is de wijze waarop het college verschil maakt tussen verenigingen in de wijze waarop de meerkosten hiervan worden gefinancierd. Het voorstel is op dit punt deels onjuist en in elk geval zeer onvolledig, waardoor u niet het hele verhaal te horen krijgt..
SC Woezik heeft nl. in de afgelopen jaren vijfmaal, ik herhaal vijfmaal zélf de kosten gedragen van een ander en duurder type infill dan gemalen autobanden. Eerst bij de aanleg van 2 velden in het kader van de herinrichting in 2007, daarna bij de aanleg van de kunstgrasmat op ons hoofdveld in 2015 en tenslotte bij de vervanging van de toplaag van de 2 hiervoor genoemde velden in 2017. Zeer recent dus nog.
In ál die gevallen hebben wij tevergeefs geprobeerd het college en uw raad te overtuigen van de noodzaak hiertoe en de wenselijkheid van een hogere gemeentelijke bijdrage. Met precies dezelfde argumenten die het college nu ineens van stal haalt om nu wél bij te dragen in de extra kosten. Als gevolg van deze negatieve opstelling hebben wij vijfmaal de meerkosten uit eigen zak betaald en er zelfs externe financiering voor moeten zoeken. Uiteraard hebben wij deze meerkosten weer moeten verdisconteren in de contributies van onze 1800 leden.
Naast onze overtuiging, vanaf 2005, dat het onwenselijk is om leden en m.n. kinderen van de club en de school te laten sporten en spelen op dit type infill, hebben wij al in 2007 en ook bij de volgende renovaties steeds gewezen op de aantoonbare milieurisico’s, waarop het RIVM ook toen al wees. Het voorstel suggereert ten onrechte dat het RIVM hier pas vorig jaar mee kwam en is dus onjuist! Ook wezen wij toen al op de voorbeeldfunctie en de zorgplicht, waar nu ook ineens naar wordt verwezen.
In een brief van ons aan de gemeenteraad van 8 november 2006 staat al letterlijk het volgende:
“Bovendien is bekend dat gebruik van SBR infill kan leiden tot uitloging van vele schadelijke stoffen naar oppervlaktewater, bodem en/of grondwater. Het RIVM beveelt in zijn brief van 23 juni 2006 aan het Ministerie aan drainagewater van kunstgrasvelden niet rechtstreeks op het oppervlaktewater te lozen, omdat dit rubbergranulaat een groot aantal chemische stoffen bevat die via uitloging in oppervlaktewater, bodem en grondwater terecht kunnen komen. De regelgeving vanuit Rijk en Provincie vraagt om een duurzaam gebruik van (bouw)materialen, om daarmee ook toekomstige generaties te vrijwaren van (milieu)problemen. Gelet daarop zou een zichzelf respecterende gemeente vanuit haar voorbeeldfunctie o.i. milieuoverwegingen moeten laten prevaleren boven financiële overwegingen, gezien ook de op dit punt van burgers en bedrijven gevraagde inspanningen.“
De voorbeeldfunctie en de zorgplicht van de gemeente hadden altijd al leidend moeten zijn. In feite heeft SC Woezik de gemeente door haar vooruitziende besluitvorming veel geld bespaard. Bij ons is milieuvervuiling nl. voorkomen en hoeft de gemeentelijke ondergrond dus niet te worden gesaneerd. Dus ook geen hoge bijkomende saneringskosten, zoals bij de beide andere verenigingen ook nog eens het geval is.
Het voorstel zegt weliswaar dat SC Woezik op gelijke wijze zal worden behandeld, maar dit geldt voor de toekomst. Maar dat is sowieso logisch en verplicht. Maar over het verleden wordt in het geheel niets gezegd. Dit terwijl meerdere betrokkenen deze portefeuillehouder hebben horen zeggen dat indien andere verenigingen een bijdrage vanuit de gemeente krijgen voor een ander type infill, óók SC Woezik daarvoor in aanmerking zou komen. Sterker nog, in de met onze Stichting gesloten overeenkomst i.v.m. de renovatie van de toplaag van 2 velden in 2017 is uitdrukkelijk een bepaling (art. 5) opgenomen die ziet op een herziening van het gemeentelijk beleid t.a.v. infill als gevolg van , laten we maar zeggen, voortschrijdend inzicht. In dat geval treden partijen in overleg over o.a. een aanvullende financiële vergoeding. Dit overleg heeft in het geheel nog niet plaatsgevonden, behoudens een telefoontje afgelopen maandag. Het voorstel is dan ook volstrekt onvolledig, waar het gaat om de gevolgen van dit evt. besluit.
Ik vraag de gemeenteraad dan ook om dit voorstel aan te houden totdat volledige informatie beschikbaar is, dan wel via amendering in de door ons gewenste zin bij te stellen. Dit met het oog op een gelijke behandeling van verenigingen in vergelijkbare situaties.
Er volgt nog een formele schriftelijke reactie vanuit onze kant, maar daarvoor was de tijd nu te kort.